Terug

Rauter wordt ter dood veroordeeld

3 mei 1948 Den Haag

Op 1 april 1948 begint het proces tegen Hanns Albin Rauter. Na een maand wordt hij ter dood veroordeeld, vooral door zijn leiding over de deportatie van 110.000 Nederlandse Joden. Hij zegt dat hij niet wist dat de Joden vermoord zouden worden, maar dit is niet waar. Op 25 maart 1949 wordt Rauter door een vuurpeloton doodgeschoten op de Waalsdorpervlakte, een executieplaats in de Scheveningse duinen, die tijdens de oorlog ook door de Duitsers werd gebruikt.

De Oostenrijkse nazi Rauter was de hoogste SS’er in Nederland. Als Generalkommissar für das Sicherheitswesen was hij verantwoordelijk voor de openbare orde in Nederland. Hij had het bevel over de politie en was verantwoordelijk voor de deportatie van de Nederlandse Joden. Ook was Rauter nauw betrokken bij de strijd tegen het verzet.

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 raakte Rauter zwaargewond bij een aanslag door het verzet. Een dag later executeerden de Duitsers als vergelding 263 politieke gevangenen. Toen de oorlog eindigde was Rauter nog aan het herstellen in een Duits ziekenhuis. Hier werd hij door de Britten gearresteerd. In 1946 werd hij uitgeleverd aan Nederland om berecht te worden.